NPO
NTR
17 december 2016

Glossolalie

 

Geen kladderadatsch, maar wat een gebakkelei over het Engels als academische voertaal en de virulente impact daarvan op de landstaal. Hier faalt elke conciliatie middels getoost met krambamboeli. Complicerende factor: de impardonnabele dociliteit van de Taalunie, toch gesubsidieerd om het Nederlands te protegeren, niet te abhorreren.

 

Men kan ook de hyperboreeërs op het perfide Albion ervan verdenken dat ze hun anorectische koloniale ambities willen revitaliseren door het idioom van de overzeese buren te infiltreren. Met anglicismen als boobytraps wordt alsnog een talig Angelsaksisch Gemenebest gecreëerd.

 

De vicedecaan van de bètafaculteit moge zonder restrictie voor verengelsing zijn, schrijver dezes is mordicus tegen. Als de Taalunie het Nederlands aan excavatie blootstelt, dan zal ik deze vijfde colonne attaqueren teneinde onze prachttaal voor dysthymie te behoeden.

 

De voorstanders bewieroken hypocriet deze internationalisering, onderwijl subcutaan blakend van commercialiteit. Het resultaat is hooguit een hybridisch Dunglish – glossolalie zonder zweem van religieuze extase.

 

Mijn gastheren zullen hierna wel een Groot Dictee in tot lingua franca geüpgraded steenkolenengels bestellen, riskerend dat tegenstanders van fossiele brandstoffen voor de Eerste Kamer komen demonstreren ten faveure van windturbines en fotovoltaïsche cellen.

 

Onze gevioleerde moerstaal kan nog qaly’s winnen via een didactisch angehauchte opiniepeiler die alle korte ei’s door lange wil remplaceren, daarmee zelf enigmatisch metamorfoserend tot stuttende pijler van een mening. Aldus kan ten langen leste de te steile helling naar een uitgebeende nationale stijl geslecht worden.

19 december 2015

 

Lang leve het heen-en-weer­­­

 

Ik was een pensionaatsmeisje met een goeiige nonkel die redemptorist was en 's zondags te allen tijde een soutane droeg. In de Congolese brousse praatte hij Kikongo en dronk palmwijn zo zacht als leguanenhuid.

 

Pontificaal gezeten in mijn bomma’s fauteuil, onder de Byzantijnse afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand in haar karmozijnrode gewaad, een drupje

Elixir d’Anvers op het ovale bijzettafeltje, liet heeroom tijdens zijn congé sigarenrook de kamer in kringelen.

 

Op mijn tweeëntwintigste verliet ik dit sacrosancte, breliaanse universum en verkaste naar Nederland, waar een kotelet een karbonade heette, caoutchouc rubber, een froufrou een pony en een brood niet grijs was maar bruin.

 

In Mokum voelde ik me algauw senang. Ik leerde jij-bakken pareren, linkmiegels vermijden en ervoer mijn expatriatie nooit als een collocatie. Allengs maakte ik kennis met hachee, gruttenpap en krentjebrij, maar ook met saté en spekkoek, en at niet alleen halal maar ook koosjer.

 

‘Wordt mijn dochter daarginds niet te astrant?’, weifelde mijn moeder. Ze prefereerde inmiddels dat ik Neerpelts sprak – alles beter dan dat gutturale Hollands. Mijn vader fulmineerde tegen het perfide drugsbeleid van de noorderburen en hun promiscuïteitbevorderende seksshops, maar hun eloquentie apprecieerde hij en het Groot Dictee miste hij niet één keer.

 

Jeminee, ben ik na al die jaren verkaasd? Vast en zeker, al val ik geenszins van Scylla in Charybdis wanneer ik – om te spreken met de onlangs verscheiden Drs. P – vice versa heen en weer vaar tussen beide taal- en cultuuroevers.

 

 

17 december 2014

Hoe tellen we fouten?

 

We tellen één fout per woord. Bijvoorbeeld: medoc is zonder hoofdletter en zonder accent, maar de twee fouten in Médoc tellen we als een enkele fout.

Wanneer iemand dezelfde fout nogmaals maakt, dan wordt dat als één fout gerekend.

 

Tussen niemendalletje en blankebabybilletjesprivilege

 

1.

Geef het Dictee terug aan de kijker, kopte De Telegraaf vorig jaar. Daar schrok het Dictee wel even van. De genuttigde zwezeriken lagen plotseling zwaar op de maag. Maar na een medoc te hebben gedronken, toog het Dictee alsnog welgemoed aan de slag.
2.

Dames en heren thuis en in deze parlementariërsruimte, bij dezen proficiat: u hebt, onder toeziend oog van koning Willy de Tweede, nog steeds nul fouten in uw brossel!

 

3.

O, als gisteren herinner ik me het eerste Dictee: na aankomst in een havelock met andere BN’ers bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal bekroop me het rodelopergevoel. Een halfuurtje later kwam een kokospalm voorbij, en zee-egels uit het Middellandse Zeegebied en een kasuaris en nochtans; en apensoort, apenrots en apekool: een taalkundig houtenjassenpark, en kookte ik vanbinnen want ik kende de Van Dale niet vanbuiten.

 

4.

De oe’s en a’s waren niet van de lucht tijdens dat gillendekeukenmeidenvertoon van het Nederlands.

 

5.

Sindsdien hebben we ongelooflijk veel geleerd: aanwensel, bespioneren, ge-sms’t en kippenragout kennen voor ons bollebozen geen trubbels meer, en ook uitentreuren, hawaïshirt of gestrest en een rock-‘n-rolllegende in goeden doen spellen wij foutloos.

 

6.

Ooit mocht ik het Kinderdictee schrijven en vergastte de bollewangenhapsnoeten op de oeioeimachine, een perubalsempopulier en een tafa of West-Australische penseelstaartbuidelmuis; een gribbelgrabbel van woorden, alle uit de Dikke Van Dale, de toverballenautomaat van onze taal.

 

7.

Sla de Dikke willekeurig open en ontdek de geheimenissen van de brougham, een gesloten rijtuig voor twee personen getrokken door één paard; blader door die Ali Babataalschatkamer en ontdek dat een turbe een menigte is, en een turco een Noord-Afrikaanse inlandse tirailleur in Franse krijgsdienst.

 

8.

Dat was het jubileumdictee. Rest de vraag: wilt u de komende jaren meer of minder dicteeën? Het antwoord moet wel luiden: ‘Meer! Meer! Meer!’

 

 

JURYRAPPORT

Tussen niemendalletje en blankebabybilletjesprivilege

1. Anneke Neijt

Geef het Dictee terug aan de kijker, kopte De Telegraaf vorig jaar. Daar schrok het Dictee wel even van. De genuttigde zwezeriken lagen plotseling zwaar op de maag. Maar na een medoc te hebben gedronken, toog het Dictee alsnog welgemoed aan de slag.

Wie denkt dat niemendalletje en privilege geschreven moeten worden zoals niemand en privé heeft het mis. Niemendal moet met een e in de tweede lettergreep, omdat dit woord is ontstaan uit het Middelnederlandse ‘niet met allen’. En privilege, dat ‘voorrecht’ betekent, komt van het Franse privilège.

blankebabybilletjesprivilege zonder spaties, want dit is een samenstelling, te vergelijken met wittebroodsweken.

Dictee is de aanduiding van dit unieke dictee, dat Het Groot Dictee der Nederlandse Taal wordt genoemd, met hoofdletters. In de verkorte vorm, het Dictee, schrijven we daarom een hoofdletter. Ook Het Dictee, met twee hoofdletters zoals De Telegraaf, keuren we goed.

zwezeriken met enkele k, zoals monniken en leeuweriken.

medoc met kleine letter, omdat het hier de naam van een drank is, niet de naam van een streek. In het Frans heeft médoc een accent; in het Nederlands niet.

 

2. Dries van Agt

Dames en heren thuis en in deze parlementariërsruimte, bij dezen proficiat: u hebt, onder toeziend oog van koning Willy de Tweede, nog steeds nul fouten in uw brossel!

parlement, parlementslid, parlementariër en dus ook parlementariërsruimte schrijven we met een kleine letter. De Ridderzaal schrijven we met een hoofdletter, want het is de naam van een unieke plaats, maar bij parlementariërsruimte is dat niet het geval. Op de derde e van parlementariërs moet een trema staan, omdat daar een klinkerbotsing plaatsvindt.

bij dezen: betekent ‘bij deze gelegenheid’. Het is een vaste, archaïsche verbinding met een naamvals-n.

proficiat ‘geluk gewenst’. Dit woord betekent in het Latijn ‘moge het baten’. We herkennen er het werkwoord ‘profiteren’ nog in.

u: met kleine letter. Alleen in heel plechtige teksten, bijvoorbeeld een brief aan een vorst, gebruiken we nog U met hoofdletter. Hier staat u achter een dubbele punt, ook dat is geen reden voor een hoofdletter.

koning Willy de Tweede: koning, prins, kapelaan, sergeant en andere functietitels schrijven we met een kleine letter. Willy met hoofdletter omdat het een voornaam is. Het is een variant van Willem. We hebben ook Willie, met ie, goedgekeurd. Tweede met hoofdletter omdat het behoort tot de naam.

brossel: betekent ‘stukje’ of ‘brokje’. Het woord komt voor in de Dikke Van Dale, maar er staat bij dat het gewestelijk is.

 

3. Ludo Permentier

O, als gisteren herinner ik me het eerste Dictee: na aankomst in een havelock met andere BN’ers bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal bekroop me het rodelopergevoel. Een halfuurtje later kwam een kokospalm voorbij, en zee-egels uit het Middellandse Zeegebied en een kasuaris en nochtans; en apensoort, apenrots en apekool: een taalkundig houtenjassenpark, en kookte ik vanbinnen want ik kende de Van Dale niet vanbuiten.

een havelock kan op twee kledingstukken slaan: 1. een mantel zonder mouwen, zoals Sherlock Holmes droeg, met een cape over de armsgaten, die de drager niet verhinderde om snel een wapen te trekken; 2. een lap aan een hoofddeksel, die dient om de nek te beschermen tegen de zon.

Het Dictee is in de winter, hier gaat het dus om de mantel.

BN’ers zijn bekende Nederlanders. BN en BV (bekende Vlaming) zijn initiaalwoorden: we spreken ze als de namen van de letters uit en in gevallen zoals deze schrijven we ze met hoofdletters. Als er een uitgang achter een initiaalwoord komt, zoals ’ers achter BN, dan gebruiken we een apostrof.

de Eerste Kamer der Staten-Generaal: met vier hoofdletters omdat het in z’n geheel een naam is. Bij deze naam wordt het lidwoord niet met een hoofdletter geschreven. Tussen Staten en Generaal een koppelteken omdat het hier om een bijzondere nabepaling gaat.

rodelopergevoel: een samenstelling met als eerste deel een woordgroep (rode loper), die dan zijn spatie verliest.

halfuurtje: aan elkaar vast volgens het Groene Boekje.

kokospalm niet met c’s maar met k’s.

zee-egels: als er een klinkerbotsing is tussen twee delen van een samenstelling die we kennen als aparte woorden, dan gebruiken we geen trema maar een koppelteken.

Middellandse Zeegebied: samenstelling met Middellandse Zee aan de ene kant en gebied aan de andere kant. Omdat het eerste deel uit twee woorden met een hoofdletter bestaat, schrijven we die niet aan elkaar vast. We plaatsen ook geen koppelteken. Het tweede deel, gebied, wordt wel aan het eerste vast geschreven. Middellandse is met dubbele l, omdat middel en land hier zijn samengevoegd.

de kasuaris is een loopvogel uit Nieuw-Guinea. Het woord is met k.

nochtans is zonder h achter de t, in tegenstelling tot thans.

apensoort, apenrots: in normale samenstellingen schrijven we apen zoals het woord ook buiten een samenstelling voorkomt. Apekool is een speciaal geval: apekool is geen kool voor apen. Het woord is waarschijnlijk ontstaan uit een Duits woord Kohl dat onzin betekende of uit het West-Vlaamse kalle, dat praat betekent en dat versterkt werd door het woord aap.

een houtenjassenpark is een kerkhof.

vanbinnen en vanbuiten: er is een rijtje aaneengeschreven bijwoorden die met van beginnen.

 

4. Bart Chabot

 De oe’s en a’s waren niet van de lucht tijdens dat gillendekeukenmeidenvertoon van het Nederlands.

oe’s en a’s: meervouden geschreven met apostrofs.

iets is niet van de lucht als het de hele tijd te horen is.

gillendekeukenmeidenvertoon: het vertoon van gillende keukenmeiden. Zo’n samenstelling met drie of vier elementen schrijven we als één woord, ook al wordt het in dit geval een woord van 27 letters.

 

5. Anneke Neijt

Sindsdien hebben we ongelooflijk veel geleerd: aanwensel, bespioneren, ge-sms’t en kippenragout kennen voor ons bollebozen geen trubbels meer, en ook uitentreuren, hawaïshirt of gestrest en een rock-‘n-rolllegende in goeden doen spellen wij foutloos.

ongelooflijk of ongelofelijk: je kunt het allebei zeggen en we hebben het allebei goedgekeurd.

aanwensel: komt van aanwennen. Heeft dus niet met wenden te maken. Daarom zonder d.

bespioneren: met enkele n. Alleen als een toonloze lettergreep volgt, verdubbelen we de n, bijvoorbeeld in spionnetje.

ge-sms’t: sms is weer een initiaalwoord, maar we schrijven het met kleine letters. Net zoals bij BN’ers schrijven we tussen de initialen en het achtervoegsel een apostrof. Vóór de initialen gebruiken we een koppelteken.

kippenragout: het meervoud van kip is kippen, dus daar hoort een n te staan. Ragout is een stoofpotje. Het woord komt van het Frans, waar er een dakje op de u staat. Dat is niet nodig voor de uitspraak in het Nederlands, daarom schrijven wij het niet.

bollebozen: is een Nederlandse samenstelling die ontstaan is uit het Jiddisje baal habojes ‘heer des huizes’.

geen trubbels: een vernederlandsing van het Engelse troubles, een nevenvorm van troebelen, narigheden.

uitentreuren: tot vervelens toe. Was oorspronkelijk uit den treuren. De d is door assimilatie weggevallen. We schrijven het met één t achter de eerste lettergreep.

hawaïshirt: met kleine letter omdat dat hemdje niet per se uit Hawaï hoeft te komen. Met trema op de i wegens de klinkerbotsing.

gestrest: is van het werkwoord stressen. Dat is helemaal vernederlandst en we schrijven het voltooid deelwoord dus volgens de regels voor onze werkwoordspelling. We nemen de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ik stres, zoals we ook schrijven ik les (mijn dorst). Dat is met enkele s. Voor het voltooid deelwoord komt daar een t bij: gestrest.

rock-’n-rolllegende: met tweemaal een koppelteken en apostrof + n, wat staat voor and. Legende schrijven we vast aan rock-‘n-roll. We krijgen daar dus drie l’en achter elkaar.

in goeden doen: weer een archaïsche vaste uitdrukking met een naamvals-n.

 

6. Dries van Agt

Ooit mocht ik het Kinderdictee schrijven en vergastte de bollewangenhapsnoeten op de oeioeimachine, een perubalsempopulier en een tafa of West-Australische penseelstaartbuidelmuis; een gribbelgrabbel van woorden, alle uit de Dikke Van Dale, de toverballenautomaat van onze taal.

het Kinderdictee: hebben we goedgekeurd met een of twee hoofdletters.

vergastte met dubbel tt. Het gaat om het werkwoord vergasten. De stam eindigt dus op –t. Daar komt voor de onvoltooid verleden tijd –te bij.

bollewangenhapsnoeten: koosnaampje voor kinderen.

oeioeimachine vinden we bij Van Dale met en zonder koppelteken in oeioei. We hebben ze allebei goedgekeurd. De oeioeimachine of het hoeihoutje is een speelgoedje met een propellertje dat oeioei zegt als het draait.

de perubalsempopulier: de landnaam Peru verliest de hoofdletter omdat het geheel geen geografische naam meer is, maar de naam van een plant. Het is een samenstelling, dus ook hier weer: alle delen aan elkaar vast.

West-Australische: afleidingen van geografische namen behouden hun hoofdletters. Vergeet ook het koppelteken niet.

penseelstaartbuidelmuis: een samenstelling, dus als één woord geschreven.

gribbelgrabbel: zonder koppelteken tussen de herhalende delen. Dit woord komt eigenlijk alleen voor in een gewestelijke uitdrukking ‘op de gribbelgrabbel’ wat betekent ‘te grabbel’.

alle: zonder n aan het eind, want de n schrijven we alleen als het om personen gaat.

de Dikke Van Dale: drie hoofdletters, want ook Van Dale noemt zijn woordenboek tegenwoordig zo. De naam van de uitgeverij is altijd met hoofdletter V, hoewel het logo een kleine v laat zien. Die komt van de handtekening van Johan Hendrik van Dale.

 

7. Ludo Permentier

Sla de Dikke willekeurig open en ontdek de geheimenissen van de brougham, een gesloten rijtuig voor twee personen getrokken door één paard; blader door die Ali Babataalschatkamer en ontdek dat een turbe een menigte is, en een turco een Noord-Afrikaanse inlandse tirailleur in Franse krijgsdienst.

de Dikke: met hoofdletter als verkorting van de volledige naam.

brougham: zoals in het Engels geschreven, genoemd naar de eerste lord Brougham (1778-1868). De hoofdletter vervalt omdat het geen persoons- of plaatsnaam meer is, maar een voorwerp.

één paard: met uitspraak- of nadruktekens, omdat je anders ‘een paard’ zou kunnen lezen.

een Ali Babataalschatkamer: zoals Middellandse Zeegebied: een samenstelling met eerst een tweedelig element met twee hoofdletters: Ali Baba. We gebruiken dan geen koppelteken. Het tweede element van de samenstelling (taalschatkamer) schrijven we vast aan dat eerste.

turbe: komt uit de Franse rechtstaal: een enquête met een groot aantal getuigen, die tegelijk gehoord worden.

turco: een Frans woord, afkomstig uit een Algerijnse mengtaal. Het betekende oorspronkelijk ‘Turk’ en vervolgens ‘inlands soldaat’. Algerije was Turks tot 1830.

Noord-Afrikaanse: twee hoofdletters en een koppelteken.

tirailleur: een soort infanterist. Wordt geschreven zoals in het Frans.

 

8. Bart Chabot

Dat was het jubileumdictee. Rest de vraag: wilt u de komende jaren meer of minder dicteeën? Het antwoord moet wel luiden: ‘Meer! Meer! Meer!’

jubileumdictee: dit is geen eigennaam, daarom zonder hoofdletter.

dicteeën: is een werkwoord. Het zelfstandig naamwoord, dat eindigt op –ee, wordt aangevuld met –en. Om de klinkers uit elkaar te houden gebruiken we een trema op de derde e.

 

Toelichting bij hoofdletters

Aan het begin van een zin en na een dubbele punt gevolgd door aanhalingstekens gebruiken we hoofdletters. Vandaar dat …: ‘Meer! Meer! Meer!’ met drie hoofdletters moet. Op andere plaatsen in het dictee wordt de dubbele punt niet gevolgd door een aanhalingsteken. Dan volgt geen hoofdletter.

Eigennamen schrijven we gewoonlijk met een hoofdletter. Bij een woordgroep die als eigennaam gebruikt wordt, kan de naamgever beslissen hoeveel hoofdletters de naam krijgt. Bijvoorbeeld: De Telegraaf met twee maal een hoofdletter, terwijl de Volkskrant met maar één hoofdletter geschreven wordt. De naam van het Groot Dictee vinden we in twee varianten: Het Groot Dictee der Nederlandse Taal en het Groot Dictee der Nederlandse taal. Vandaar dat zowel de verkorte vorm Het Dictee als het Dictee goede spellingen zijn.

Wanneer een eigennaam deel is van een samenstelling, dan schrijven we hoofdletters zolang het verband met de eigennaam nog duidelijk gevoeld wordt. Wanneer het verband met de eigennaam verzwakt is, schrijven we geen hoofdletters. Ali Baba is volgens de jury niet verzwakt In Ali Babataalschatkamer.

Geen hoofdletter wanneer een eigennaam gebruikt wordt om een soort aan te duiden. Een voorbeeld daarvan is medoc, een wijnsoort die genoemd is naar de Médoc, een streek in Frankrijk.

 

4 juni 2014

(voorkeurspelling 1954)

 

Titel: Artis

 

Onder de Noordeuropese dierentuinen komt Artis in anciënniteit na de fraaie dierentuin die in Londen de bezoekers in extase brengt.

 

Ook Artis behoort tot die zoölogische etablissementen die door hele families, baby's incluis, bezocht worden.

 

De papegaaienlaan, die naar de steile apenrots leidt, het jonge-mensapenhuis, het pinguïnverblijf en het oude berenpaleis zijn wijd en zijd gerenommeerd.

 

De verzorging van de levende have is altijd geroemd. `Gij hadt het slechter kunnen treffen', zei koning Willem III, helemaal uit `s-Gravenhage gekomen, in 1875 tegen de rinoceros Jan, die zich nochtans zeer agressief toonde.

 

In het aquarium vormen de zeeëgels en de vissen uit het Middellandse Zeegebied het hoogtepunt; in de tropische-plantenkas is de kokospalm geen niemendalletje.

 

Artis biedt helaas geen weidse uitzichten met gazons die noden tot neervlijen; anderzijds is de tuin ook geen labyrint vol bosschages.

 

Ongewoon zijn de beelden van dinosauriërs, langs het hek tentoongesteld; in het midden van de tuin staat een pittoresk boeddhabeeld.

 

Bezoekers die Artis sinds jaren plachten te frequenteren en die nooit ertegen opzagen lijdzaam in een queue te wachten, willen nog steeds koste wat kost à raison van een fors entreegeld in de tuin recreëren.

 

De dieren huisden vroeger vaak alleen in zwaar getraliede, minuscule appartementen: een wildebeest, een przewalskipaard, een kasuaris; nu prevaleren groepsvorming en vrijheid boven het aantal soorten, al heeft Artis nog vele apesoorten in zijn collectie.

 

De tuin kan geen remplaçant zijn van de natuur, maar het voortbestaan van de wisent, de Europese bizon, is wel aan Artis te danken, een bijzonderheid die appelleert aan de gevoelens van elke rechtgeaarde dierenvriend.

 

Vind je dat een dierentuin de dieren in hun vrijheid beknot, zoals sommige actievoerende slimmeriken niet moe worden te stencilen, dan moet je je realiseren dat de attractieve accommodatie van de naoorlogse dierentuin althans veel diersoorten voor uitroeiing behoedt.

 

N.B.: Sinds het dictee van 1990 zijn er tweemaal wijzigingen in de Nederlandse spelling doorgevoerd.

4 juni 2014

(Voorkeurspelling 1954)

 

Titel: Reizen per spoor

 

Zullen wij, twintigste-eeuwers, het nog meemaken dat we per trein als geprivilegieerde burgers naar ons werk reizen, neergevlijd in de fauteuils van comfortabele compartimenten, nippend aan een porseleinen kop met koffie, voorzien van suiker en crème? Voorlopig zullen de tweede-klasafdelingen in de spitsuren nog wel velen tot staan dwingen; uit louter agressie hoorden we reeds boze tongen de cappuccino smeuïg vergelijken met beits of rattenkruit.

 

Waar is de tijd van het luxueuze reizen gebleven, toen reizigers zich nog vermeiden in pompeuze wachtkamers met lambrizeringen van cipressehout en minutieus geciseleerd koperwerk, met velours beklede stoelen met trijpen armleuningen, en kristallijnen luchters aan het plafond?

 

In deze weidse ruimten heerste een welhaast gewijde sfeer. Men bereidde zich consciëntieus voor op een ontspannende reis, opgeluisterd door stedeschoon en frisse landouwen met weidend vee, vriendelijk struweel langs zachte glooiingen bij verzande rivierbeddinkjes, beneden aan het talud van de spoordijk.

 

De geur van de stoomlocomotief verleende het reizen toen weliswaar een romantisch cachet, maar toch vleien wij ons tegenwoordig met de gedachte dat we te allen tijde zonder rook en roet door het landschap kunnen snellen.

 

Veel hedendaagse reizigers zijn behept met de onbedwingbare begeerte per se te willen weten wat hun reisgenoten lezen. Ze bespioneren stiekem hun buren en zouden wensen dat er overal in de coupés spionnetjes hingen waarin de boek- en brochuretitels gereflecteerd werden.

 

Aan het eind van de reis laat de adellijk ogende dame met haar intrigerende decolleté een flodderig niemendalletje liggen, terwijl de zo geëngageerd lijkende heer een minuscule thriller achterlaat die de littekens draagt van weinig scrupuleus gebruik. `Nee', denk je dan, 'u beider keus is niet de mijne.'

 

Maar allicht brengt een ander hiertegen in dat deze gedachte getuigt van een hautaine ivoren-torenhouding en erop gericht is ten langen leste in het gevlij te komen bij het intellectuele deel van de natie.

 

Maar laten we er niet lang over uitweiden: er bestaat wijd en zijd een consensusdat het lezen tijdens het reizen per spoor zonder malicieuze pejoratieven moet worden toegejuicht.

4 juni 2014

(Voorkeurspelling 1954)

 

Titel: Uit eten

 

Onze eetgewoonten blijven niet ten eeuwigen dage dezelfde. Het geijkte menu in menig Nederlands gezin bestond vroeger in de winter uit sukadelappen, hachee en savooiekool; 's zomers kwamen postelein of prinsessenbonen en varkensfricandeau op tafel.

 

Het leeuwedeel van onze maaltijden was simpel en solide; dat men zich te goed deed in een restaurant was nauwelijks usance, terwijl de Vlamingen van oudsher ook buitenshuis al lucullisch genot kenden.

 

Tegenwoordig kijkt niemand meer bevreemd op van een klein bistrootje waar omeletten en zwezeriken in een koperen kasserol worden opgediend.

 

In prestigieuze etablissementen, feeëriek geïllumineerd en bloemrijk getooid met hyacint of chrysant, vinden zakendineetjes plaats, waar weinig tirannieke obers bij de foeragering soms ware Sisyfusarbeid moeten verrichten.

 

Vroeger ontaardden zulke partijen wel eens in ongebreidelde orgieën; tegenwoordig vermijdt men die choquerende bacchanalen liever, omdat de deelnemers aan zo'n gelag na afloop als langs een liniaal naar huis willen rijden.

 

Veel mensen zien rigoureus ervan af met Kerstmis zelf te koken, omdat zij opzien tegen het monnikenwerk in de keuken.

 

Hoewel het geen aanwensel mag worden, vinden zij de kerstvakantie de periode bij uitstek om delicatessen in een restaurant te nuttigen, waar de gerant sliptong aanbeveelt of kalfsfricassee met een uitgelezen bordeaux.

 

Specerijen als karwijzaad, tijm en rozemarijn, vruchten als ananassen en kiwi's alsmede maïskolven worden sinds lang niet meer tot de exceptionele buitenissigheden gerekend.

 

Wie genoeg heeft van kipperagoût en toost met kruidenboter neemt zijn toevlucht tot de barbecue, althans als hij of zij een liefhebber is van gegrild vlees, overgoten met exotische sauzen.

 

Hotellerie en restaurantwezen kunnen feilloos inspelen op de meest exorbitante eisen van hun verwende gasten, die echter soms sikkeneurig kunnen zaniken en koeioneren.

 

Patrijzebout met kastanjepuree, diverse pâtés en soufflés, desserts met compote, confituren of ijscoupes - het vormt allemaal geen probleem.

 

Heel in de verte is het gesudder van het versmade osselapje nog hoorbaar.

3 juni 2014

(voorkeurspelling 1954)

 

Titel: Het decembergevoel

 

December is sinds mensenheugenis een maand van nerveuze verwachting. Door de ongegeneerde activiteiten van de commercie word je de lang verbeide komst van Sinterklaas tegenwoordig al ruim van tevoren gewaar, terwijl ook de serene geneugten van het kerstfeest al vroeg tot vermoeiens toe worden tentoongespreid.

 

Vroeger trad de steile gestalte van de filantropische bisschop met minzame nijgingen de huiskamer binnen, waar hij met veel egards werd ontvangen; hij werd steevast geëscorteerd door een frêle Zwarte Piet, die met een takkenbos van rijshout olijk dreigde slechteriken te kastijden.

 

Kinderen, die zich eerst vermeiden met ganzenborden of bij het kaartspel elkaar halsstarrig de zwartepiet trachtten toe te spelen, plachten doodstil te worden; ze wachtten lijdzaam af of zij getrakteerd zouden worden op saffraangeel suikergoed, frambozerood marsepein of minuscule pakketjes.

 

Op sinterklaasavond regende het dure cadeaus: portefeuilles van slangeleer, porseleinen eau-de-cologneflesjes, esthetisch gevormde bonbonniëres, cameeën met reliëfs, sjaals van shantoeng of kasjmier.

 

Tegenwoordig lijkt de goedheilig man het veld te moeten ruimen ten gunste van de kerstman; deze schrijdt steeds vaker ten aanschouwen van velen door drukke winkelcentra, tenzij buiig weer dat ten enenmale verhindert.

 

Deze ontwikkeling kan de doodsteek betekenen voor het collectieve dichterschap in dienst van het Sint-Nicolaasrijm - o droefenis! Wat hebben wij niet, in onze puberteit en nog lang daarna, ons best gedaan om een woordenbrij te creëren vol zoetgevooisde clichés en uitentreuren herhaalde rijmelarijen!

 

Het feest van Kerstmis, eens allerwegen een devoot festijn met dennetakken en mistletoe, wordt steeds meer naar Noordamerikaans voorbeeld gemodelleerd - een hard gelag voor sensibele asceten en puriteinen, die nooit ofte nimmer willen meedoen aan te veel nieuwlichterij. Mijter en tabberd, hulstguirlandes en engelenhaar - zij bepalen het decembergevoel, maar hoe lang nog?

3 juni 2014

(voorkeurspelling 1954)

 

Titel: De dicteetor

 

Te midden van de diersoorten die in onze contreien met uitsterven worden bedreigd, neemt de dicteetor een curieuze plaats in; we zullen daarom de leefwijze van dit minuscule, maar agressieve insekt nader onder de loep nemen.

 

Normaal leidt dit ravezwarte diertje een rustig, zo niet vadsig bestaan midden in zijn natuurlijke biotoop; als een volleerde meester in de mimicry kan het zich tegen elk vijandelijk komplot teweerstellen - daarmee heeft het een duidelijk prae boven zijn soortgenoten.

 

Maar heden ten dage wordt het leeuwedeel van de bewoners der Lage Landen eenmaal 's jaars van zijn apropos gebracht, als de dicteetor plotseling haastje-repje te voorschijn komt en zich met veel aplomb ontpopt als een dictatoriaal kruidje-roer-mij-niet.

 

We zullen ervan afzien ellenlang uit te weiden over de hebbelijkheden van dit bijdehante beestje, maar één ding is duidelijk: doordat de dicteetor extreem consciëntieus is, komt hij slechts bij weinigen in het gevlij.

 

Zodra de dicteetor met veel elan en bravoure de kop opsteekt, ontstaat onmiddellijk trammelant; met zijn vaak boude boutades bruuskeert hij nietsvermoedende stervelingen, want het is onloochenbaar dat tact niet zijn sterkste kant is.

 

Tegen zijn choquerend gedrag is meestal geen kruid gewassen; woorden schieten tekort om de calamiteiten te beschrijven die hij met zijn vaak geëxalteerde teksten teweeg heeft gebracht.

 

Maar velen houden niet van dit gejeremieer over de dicteetor; zij vinden dat faliekant verkeerd en applaudisseren maar al te graag voor zijn zegenrijk werk, dat geschraagd wordt door een ongebreidelde passie voor splijtende beitels, rijzende pijlers, stijgende steigers en vermaledijde balkenbrij - o ijselijk abracadabra!

 

Alles tezamen ziet de wereld er dankzij de hocus-pocus van de dicteetor een beetje florissanter uit, maar of we hem ten langen leste van een tragische ondergang kunnen redden - daar kunnen we geen peil op trekken.

3 juni 2014

(voorkeurspelling 1954)

 

Titel: Uitzicht op zee

 

In deze te veel door storm en verraderlijke ijzel geteisterde tijden vermeit menigeen zich 's avonds in het uitzoeken van een attractieve vakantiebestemming.

 

Consciëntieus bijeengeraapte toeristische paperassen bieden een caleidoscopisch mozaïek van stereotiepe beelden: weidse panorama's, onvermoede strandtaferelen, pittoreske dorpsstraatjes - de hele santenkraam.

 

Velen prefereren verre, avontuurlijke reizen; de een zet zijn zinnen op een tournee kriskras door de woestijn van Saudi-Arabië, de ander kijkt reikhalzend uit naar de steilten van het Costaricaanse hooggebergte, een derde zoekt zijn heil te midden van de pinguïns in het antarctisch gebied.

 

Nochtans stellen veel luieriken zich halsstarrig teweer tegen exotische uitstapjes met alle risico's van dien; zij zijn volmaakt gelukkig wanneer zij zich bij een temperatuur van zo'n dertig graden Celsius kunnen neervlijen op een zonovergoten strand, ver weg van de gevaren van de tseetseevlieg.

 

In vroeger eeuwen was het strand in onze contreien meestentijds het domein van strandjutters, die bij nacht en ontij erop uittrokken; alleen als een potvis het loodje had gelegd, kwamen op sensatie beluste pottekijkers in groten getale erop af om het kolossale kadaver minutieus in ogenschouw te nemen.

 

Negentiende-eeuwse romantici ontdekten het strand als een fascinerende locatie; her en der ontstonden badplaatsen die met gepavoiseerde promenades en prestigieuze hotelaccommodaties een geneeskrachtig verblijf boden aan geprivilegieerde logés van goeden huize.

 

Heden ten dage worden de stranden op zomerse dagen bevolkt door horden partieel of compleet ontblote zonaanbidders, de ravissant gebronsde lijven ingesmeerd met beschermende crèmes; velen vinden dit plebejische schouwspel gênant en onoorbaar.

 

Tengevolge van het massatoerisme heeft de strandliefhebber onloochenbaar concessies moeten doen; maar desondanks is er niets idyllischer dan een prachtige ovale kamer met wijd openslaande deuren, een majestueus balkon en bovenal een feeëriek uitzicht op de eindeloos deinende zee.

3 juni 2014

(spelling 1995)

 

Titel: De paden op!

 

Onze verkeerswegen zijn in deze hectische naoorlogse tijd langzaamaan dichtgeslibd met kilometerslange files; geavanceerde hogesnelheidstreinen moeten hiervoor te zijner tijd enig soelaas bieden.

 

Geen wonder dat Jan en alleman bij tijd en wijle snákt naar een ontspannende wandeling; stoïcijns en relaxed schrijdt de anders zo veelgeplaagde wandelaar voort langs beemd en bosschage, `s zomers bij zonneschijn alleen gekleed in T-shirt en kakibroek.

 

De een wandelt graag in een dichtbegroeid bos waar haviken huizen en vliegezwammen welig tieren; de ander trekt met evenveel plezier midden door weidse weilanden, het walhalla van de groengevlekte graspieper en een eldorado voor dartele veulens die vrolijk hinnikend in de rondte galopperen.

 

In de Middeleeuwen werden de kasseiwegen bevolkt door sjofel geklede pelgrims, met hun wijdvallende pelerines en hun onafscheidelijke jakobsstaf; zij prevelden hun onzevaders en overnachtten soms in een cisterciënzerklooster tijdens hun pelgrimage naar een ver weg gelegen bedevaartsoord.

 

Begin deze eeuw trokken enthousiaste socialisten met veel elan erop uit, gekleed in robuuste manchesterkledij; zij werden nogal eens beschouwd als de risee van hun tijd, maar toch is dankzij deze wereldverbeteraars in spe de nieuwe mens onloochenbaar naderbij gekomen.

 

Heden ten dage wordt de verwoede wandelaar getrakteerd op een wijdvertakt netwerk van bontgekleurde paaltjes ter grootte van een hockeystick; ze wijzen zo nodig de weg in het labyrint van kant-en-klare wandeltracés, van het Noord-Groningse Pieterburen tot het Zuid-Vlaamse Roeselare.

 

In steden is de culturele wandeling een rage geworden; zo kent de sinjorenstad Antwerpen ter wille van haar bezoekers een toeristische route langs parels van de Oudvlaamse gotiek, Rubens' gracieus gereconstrueerde woonhuis én het gerenommeerde Plantijn-museum met zijn fraaie façade en rijk geïllustreerde publicaties.

 

Soms trekken de wandelaars als moderne heerscharen in colonnes rechttoe rechtaan over de paden; tot nu toe is het meestal goed toeven in Gods vrije natuur, maar wanneer maakt ook hier die vermaledijde filevorming een chagrijnig einde aan deze aanlokkelijke vorm van vrijetijdsbesteding?